‘Behapbare methoden zijn belangrijk binnen de GGZ’ – De Volkskrant

Behandeling in de ggz zou gebaat zijn bij behapbare, ‘simpele’, methoden, stelt Mehmet Yucel, bedenker van de Yucelmethode. “Niet voor iedereen zijn de op taal gebaseerde behandelmethoden van de ggz even goed behapbaar, en dat kan het herstel beïnvloeden.”

U geeft aan dat de methoden binnen de ggz lastig te snappen kunnen zijn voor cliënten.

“Dat klopt. Binnen de ggz wordt bijna alles gedaan vanuit denken en gedachten, cognitie en woorden. Er wordt veel gepraat en gewerkt vanuit formulieren. Niet voor iedereen is dit altijd de juiste methode. Voor mensen kan het heel moeilijk zijn om problemen in woorden te begrijpen en uit te drukken. Met name wanneer een cliënt kampt met cognitieve problemen, zoals bijvoorbeeld aandachtof concentratieproblemen, of wanneer een cliënt taalkundig minder vaardig is, kan deze manier van behandelen lastig zijn. Dit kan het herstel benadelen.”

U bent van mening dat visualiseren hier een positieve rol bij kan spelen?

“Zeker. Visualiseren kan moeilijke onderwerpen versimpelen en daardoor behapbaar maken. De klachten waar mensen binnen de ggz mee zitten, zitten veelal in hun hoofd en hart. Soms is het lastig om dit onder woorden te brengen, waardoor het zinvol kan zijn om dingen in beeld te brengen. Door het visualiseren van het probleem kan de cliënt zien dat dit één deel van henzelf is.”

U heeft een nieuwe methode ontwikkeld, hoe werkt deze?

“De Yucelmethode bestaat uit een gekleurde balk (de hulpvrager), rechthoekige blokken (belastende factoren) en T-vormige blokken (steunende factoren). Met de verschillende stukken bouwt de cliënt diens levenssituatie. Het bouwen met de blokken en balken helpt de gebruiker de levenssituatie te visualiseren en de gedachten daarover te ordenen. Het probleem wordt letterlijk op tafel gelegd. Door de opstelling die de persoon maakt, ziet en voelt hij/zij dat hij/zij niet het probleem is, maar dat hij/zij een probleem heeft, dat op te lossen is. De hulpverlener bevordert het proces door vragen te stellen en te stimuleren, maar de hulpvrager is eigenaar van zijn/haar eigen proces. Er wordt vanaf het begin gewerkt van klacht naar kracht.”